|
Jan Kikkert
Terug naar Interview index
Op het moment van het interview zitten wij aan een tafeltje tijdens een
bindavond op
19 april 2002
in ons clubgebouw te Spijkenisse, ieder voorzien van een heerlijk
glaasje
rode wijn.
Jan is een van onze eerste leden en heeft op het vliegvisgebied een
schat aan
ervaringen op gedaan zowel in binnen en buitenland..
Even voor de leden; wie is Jan Kikkert?
Jan: Ik ben geboren in 1946 op Texel en na enige omzwervingen ben
ik in
Spijkenisse terechtgekomen. Ik ben getrouwd en heb 2 dochters. In
de vereniging heb
ik tot ongeveer 1993 de gecombineerde functie van
penningmeester secretaris bekleed.
Hoe ben je met het vliegvissen in aanraking gekomen?
Jan: Van huis uit was ik vooral zeevisser en ving rond Texel
geep, diverse soorten
platvis en paling.
Later was ik eens aan het vissen in Denemarken op brasem. Op een gegeven
moment
kwam ik langs een prachtig riviertje genaamd de Guden Ä. Bij het
plaatsje Tørring
aangekomen zag ik een man in het water staan die een
beetje stond te zwiepen met een
hengel die ook nog wat vissen ving. Deze
man bleek dus een vliegvisser te zijn en toen
heb ik gedacht dat ga ik
ook doen.
Ik heb ter plaatse een reeltje gekocht met een vliegenlijn en deze op
mijn spinhengel
geplaatst maar dat werd niet zo’n enorm succes.
Hoe heb jij je verder ontplooid als vliegvisser? En hoe kwam je bij
de vereniging
terecht?
Jan: Nu, eenmaal terug in Nederland hebben mijn aangeschafte
spulletjes toch enige
tijd in de kast gelegen totdat ik mijn buurman, Aad de Bruin, hierover sprak. Hij bleek
een vliegvisser te zijn en heeft mij weer enthousiast gemaakt om het vliegvissen weer
op te pakken. Zo
kwam ik ook in contact met de Vliegvisclub Spijkenisse.
Van Wim van Montfoort heb ik een vliegvishengel gekocht en ben gaan
vissen.
Dit viel in het begin niet mee en het was best wel moeilijk.
Al het begin is moeilijk maar als je in de gelegenheid komt om de
juiste
basiseigenschappen aan te leren en je zet even door dan beleef je
toch een
prachtige vissport.
Jan: Inderdaad, na het stroeve begin ging het vrij goed en ik heb
prachtige visuurtjes
beleefd aan het Haringvliet en het Spui.
Viste je voornamelijk op deze wateren?
Jan: Aan het Haringvliet was ik vaak te vinden maar ik viste ook
in de sloten op
mooie ruisvoorns. Na het uitzetten van forel op het Oostvoornse- en het Brielse Meer
bracht ik daar toch ook wel enige
uurtjes door.
Je hebt ook veel gevist in het buitenland.
Jan: Het is een beetje begonnen met de tripjes naar de Kyll met
onder andere
Jaap van Keulen en Joop Smits. Zij vergezelden mij ook met
het vliegvissen op het
meer bij Echternach toen ik met mijn vrouw een
weekje op vakantie in Luxemburg was.
Al vlot vertrokken wij naar de Weissentraun, Gmundertraun en Traun.
Deze
mooie rivieren hadden prachtige visbestanden en wij waren hier dan ook
regelmatig te vinden.
Hoe zit dat dan met Denemarken?
Jan: Ik kom er nog steeds graag. Ik vis hier vanaf 1993
voornamelijk op zeeforel.
Ik ben hiertoe gekomen door de eerste
aanwijzingen van Aad van de Jagt die in
Denemarken al de nodige ervaring
had. Sindsdien vis ik er elk jaar. Het eerste jaar was
ik er in de maand augustus. Het vangen was wat minder maar het was aan het strand
gezellig
druk. Ik heb toen vele vissers gesproken en een hoop opgestoken van de
Denen. Het jaar daarop in mei naar Denemarken en toen zeer goed
gevangen.
Helaas volgden hierop wat koude winters met elfstedentochten.
Ook in
Denemarken was het zeer koud en de wateren rondom Fünen waren kompleet
dichtgevroren. Dit gaf een behoorlijke sterfte onder de uitgezette
zeeforellen en
daardoor namen de vangsten sterk af.
Het is zo dat uitgezette zeeforellen niet tegen
extreme kou kunnen.
Bij Go-Fishing (grote sportviszaak in Odense red.) wordt nu
gezegd:
“Its good but not as good as before”.
Ha, ha; ja zoiets hoor ik altijd als ik ergens ga vissen. Zeker in
Noorwegen als je op
zalm gaat vissen; het is altijd wat, je bent net te
laat, je had hier gisteren moeten
zijn, nu nog niet maar wij verwachten enz. enz. Nu we het toch over Noorwegen
hebben hoe vind je het daar?
Jan: Sinds 1995 ga ik naar Noorwegen en is vistechnisch een
uitdaging.
Het bestand is vrijwel natuurlijk er wordt praktisch geen vis
uitgezet.
Het eerste jaar waren grote overstromingen zoals op de Glomma. Voor het
vissen stond
het water veel te hoog en verder was het ook niet zo’n
groot succes.
Bij de Glomma was maar een camping die droog was, een prachtige camping
bij
Kvennan echt perfect, je kan hier ook leuk forel vangen.
Heb je ook nog op zalm gevist?
Jan: Ja, ik heb toen ook op zalm gevist op de Orkla bij Rønningen
met een geleende
zalmhengel |van Willem Zwaneveld, echter zonder succes.
Ben je toen niet een beetje verslaafd geraakt aan het vissen op zalm?
Jan: Toch niet zo, ik heb meestal niet zo’n geduld of het
vertrouwen ontbrak.
Ik heb er toen 1 aangehad maar helaas verspeeld. Dit
gaf wel vertrouwen voor de
toekomst.
De laatste werples van verleden jaar bestond uit het werpen met de
2-handige
vliegenhengel. Ik heb onder leiding van Sepp Fuchs mijn
techniek kunnen verbeteren
vooral de onderhandse Scandinavische en Switscast. Ik kan er nu goed mee uit
de
voeten. En toen kwam de
doorbraak aan de Gaula. Ik heb toen in drie dagen tijd
zo’n 20 kilogram zalm gevangen en dat mede dankzij de werplessen!
Je hebt een schat aan ervaring op het vliegvisgebied en ik heb
vernomen dat je al
vele bindpatroontjes hier op de club uit je vice hebt
laten rollen. Is het mogelijk
dat je weer eens een bindavondje verzorgt?
Jan: Ja, hoor ik wil best eens wat Deense zeeforelpatroontjes binden
of zalmvliegen
om mee te vissen. Ik hecht voornamelijk aan de Deense
patronen.
Dat lijkt ons erg leuk
en wij komen hier zeker op terug.
Wat vind je nog vermeldenswaardig?
Jan: Het is al even aangehaald dat ik een tijdje als
secretaris-penningmeester voor
de vereniging werkzaam ben geweest. Ik
kreeg het wat drukker met mijn werk en heb de
werkzaamheden toen af moeten bouwen dat betrof helaas ook de 2-wekelijkse gang
naar het
clubgebouw. Paul Kooijman en Hans IJzendoorn hebben de functies
overgenomen nadat eerst Willem deze functie had vervuld. In die tijd is
ook een
vliegvismanifestaties georganiseerd en heeft het bestuur de naam
die ik had verzonnen
namelijk Spijkfly overgenomen. Dat vond ik wel
grappig. Ik ben nu inmiddels met
pensioen en heb gelukkig meer tijd op
de verenigingsavonden te bezoeken.
Wat vind je van de activiteiten die onze club organiseert.
Jan: Ik vind dat best wel goed, alleen gingen wij vroeger meer
gezamenlijk vissen.
Een kleine kritische noot vind ik dat er iets meer
opgezet moet worden voor de
gevorderde vliegvisser binnen onze
vereniging. Er is altijd veel verloop en je ziet dan
toch dat een aantal personen gaan afhaken als je wat meer opzet kan je deze groep
voor de vereniging behouden.
Hier zit wel wat in en ik zal deze vraag gelijk doornemen met het
bestuur.
Ik hoop dat het werpprogramma voor zowel beginners als
gevorderde al een start is.
Ik dank je voor deze woorden en wij hopen nog vele verhalen van je te
mogen horen.
Misschien eens een stukje voor in het blad?
Nu rest mij nog een vraag, voor dat wij het glas gaan heffen natuurlijk
ook op
het 25 jarig bestaan, aan wie geef jij het stokje door?
Jan: Ik geef het interviewstokje graag door aan nog een oud
gediende nl. JOOP SMITS.
Door Bas de Bruin
|