|
Dit
keer eens een wat bewerkelijker patroon. Dit ook gezien het
jaargetijde wat net voorbij is.
Als je in mei eens het geluk hebt om in de Eifel in Duitsland
te geraken (Maar de streek
die in het blad omgeving Ardennen beschreven is natuurlijk ook
) kan bij warm weer in het
zonlicht aan de rivier tussen de libellen in vaak een groot
geelkleurig insect statig over het
water zien glijden.
Als
dit forse insect tot de waterspiegel afdaalt om de eieren af te
zetten worden deze insecten
vaak met een forse draai van het water genomen. Dan is het ook
de tijd om het eens met
deze wat grotere vlieg te proberen. De hiernaast afgebeelde
exemplaren zijn gebonden op haak
10 maar de range loopt van 12 tot 8. Overigens heb ik ze zelf
ook wel eens op haak 14 en 16
gebonden en dan vangen ze ook. Vervang zonodig bij kleinere
exemplaren de gele raffia en
neem hiervoor wat gele konijnendubbing of een klein strengetje
gele wol. Zelf vind ik de
dubbing een wat fraaier resultaat geven maar dan moet de vlieg
goed ingevet worden
(of dry shad gebruiken of een ander middeltje om de vlieg te
laten drijven)
Naast
de kick van een mooi patroon is het helemaal leuk hier eens een
stevige forel aan
te verschalken.
|
-
Materiaal:
-
Model : imitatie meivlieg
-
Staartje : Zijveertjes van
een fazantenhaan
-
Lijfje : ongesponnen
raffia, gele dubbing of wol
-
Ribbing : donkerbruin of
zwart binddraad
-
Vleugeltjes : bruine Mallard
vleugeltips ( wilde eend)
-
Hackleveer : roodbruine veer van
een haan
-
Haak : maat 8—14 wel
lange steel nemen.
-
Gebruik : overal waar je in
mei de meivlieg ziet vliegen
-
en uit ziet
komen.
|
|
Bindwijze: |
|
Staartje, lijfje en de ribbing zijn al ingebonden tot 3/4
haaksteel voordat de vleugeltjes ingebonden worden |
 |
|
Verwijder bij de Mallard veertjes het web en maak hier een
tweetal bijna identieke vleugeltjes van |

|
|
Plaats
aan de ene zijde van de haak het vleugeltje en zet het met een
paar slagen vast |

|
|
Nu de
andere zijde zodat de vleugels als een halve V naar achteren
staan |

|
|
Betreft het inbinden van de nekveer bestaan er vele
verschillende methodes. Makkelijk is voor de vleugels een of
twee nekveren inzetten en dan in twee of drie slagen hackelen
naar de vleugeltjes. Achter de vleugeltjes twee drie slagen nog
door laten lopen en terugbrengen naar de punt. Afbinden en de
vlieg is klaar |

|
|
Dit is
de Spent of “sterf”variant. Staart drie veertjes uit de
fazantenhaan. Lijfje van witte floss opgerekt met een stukje
plastic folie. Vleugeltjes: leigrijze punten. Hackleveer is een
zwarte hanenveer met witte rand
Een
van de vele varianten die op het patroon van de meivlieg is
gemaakt en die evengoed vangt
Let
wel op het eventueel propelleren van de vlieg
|
 |
|
Hackled May fly. Weer zo’n variant op het
bekende patroon. Staartje : 3 fibers van de fazantenstaart.
Lijfje : natuurkleurige raffia of gele dubbing. Ribben met
bruine flosdraad. De drie nekveren zijn
1 drie
windingen met een muisgrijze tot blauwe hanenveer
2 Twee
windingen met een geelkleurige veer van een haan
3 Twee
windingen van een grijze borstveer van een patrijs
|
 |
|
Heren,
voorwaar een aantal patronen die wat meer aandacht vragen maar
die best leuk
zijn om te maken.
Succes
ermee.
Groetjes, Ger de Haas |