|
Overpeinzingen aan het Meer
Op de algemene vergadering werd voorgesteld dat
er meer gezamenlijke visdagen
moesten worden georganiseerd, en Nel en ik zijn het daar van
harte mee eens,
mits de Leiding kan garanderen dat die feestdagen net zo vol
vreugde zijn als die
van zaterdag j.l.
Het begon al gelijk op de parkeerplaats, waar de
hengels moesten worden
opgetuigd onder Siberische omstandigheden. Drie paar handen
moesten worden
losgewarmd (hete thee) van de sage-kokers waaraan zij zaten
vastgevroren.
Toen de leden van de Spijkenisse
Hengelvereniging W.B.V.D.E.V.Z.I.H.O.M.
(we blijven volhouden dat er vis zit in het Oostvoornse Meer) er
dan eindelijk in
geslaagd waren de poolpakken met bijbehorende klimaatsschoenen
aan te krijgen,
kwam het probleem: wat binden we aan de leader?
Als wij (Nel en ik zijn echte Oostvoornse
Meer-beginners) alle adviezen
hadden opgevolgd, hadden wij met een
zalmeimuddlerwoollypopperstreamernymf
moeten gaan staan zwaaien, maar die had Nel helaas niet in haar
(vliegen)doosje.
Dan maar gewoon een zalmei. Die van ons zag er uit alsof hij al
een keer gegeten
was, maar , zo werd ons verzekerd, dat zou de vangkans alleen
maar vergroten.
De verzameling ingepakte rondworsten zette zich
in gang, de geoefenden naar
een plek waar zij met de verweerde koppen volop in de wind
konden staan, de
watjes met de instructeurs mee naar een windstille plek
waar, zo werd ons van
verschillende kanten verzekerd, in 1968 nog een forel van 53 cm
was
gevangen. Het bleek echter dat Hans, die het gerucht
verspreidde, dat had
gedaan op vier verschillende plekken en vanuit vier
verschillende richtingen, zodat
het leek of dat verhaal ook steeds bevestigd werd.
We arriveerden aan de grens van het Beloofde
Water. Er was geen grenscontrole,
maar er moest wel over zeer gladde stenen naar kuitdiep water
worden gestrompeld.
Dat werd één van de watjes al gelijk fataal. We durfden vanwege
de vorst bij het
begraven onze mutsen niet af te nemen.
Na de korte plechtigheid zijn we - de overledene
had het niet anders gewild- toch
maar gaan vissen. Zalmeitje op lengte naar buiten, laten zinken:
éénentwintig,
tweeëntwintig, drie…--veertig, en dan centimeter voor centimeter
binnenstrippen.
Dat binnenstrippen is een zeer spannende
aangelegenheid want je verwacht toch
elk ogenblik die felle ruk, die aanslag op je hart.
Drie kwartier heb ik met ingehouden adem (nou
ja) zitten strippen, toen werden de
strippen haaltjes, vervolgens halen en daarna kreeg het ei
speedboat-training.
Niets hielp. Het vissen werd zonnebaden in de beschutting van de
dijk, en
tegelijk met het gelukzaligheidsgevoel kwamen de verhalen. De
één had er de
dag ervoor nog 14 gevangen, de ander de dag erna 18, maar tussen
4 en half vijf enz.
Wat waren wij, de watjes, onder de indruk. Ik kon met moeite de
neiging
onderdrukken te verhalen van die dag dat…. Na nog wat goede tips
voor de
makers van waadpakken: waadpakken met een waterdichte gulp,
waadpakken met
ingebouwde pincet voor het geval die gulp bij deze temperaturen
open zou gaan,
gingen we dan toch maar richting Stormvogel, geknakt, maar
ongebroken.
De gotspe van de dag was, dat onze geliefde en goedgebekte
voorzitter
luidkeelselijk vertelde dat hij naast iemand had gestaan die
een vis had
gevangen. Dat moet het aanzien van de club aanzienlijk hebben
vergroot.
Vergis U echter niet: wij hebben ons kostelijk
geamuseerd.
Beleefd en opgeschreven door Jaap
Venster sluiten |