| |
De Wenne-expeditie
Venster sluiten
Half juli hebben Nel en ik een bezoek gebracht aan de
Wenholthausen, een klein
plaatsje in het prachtige Sauerland waar het schilderachtige
riviertje de Wenne door
stroomt.
We verbleven in Haus Hochstein, een hotel op ongeveer 50 meter
van de rivier
en we hebben daar geen moment spijt van gehad. Haus Hochstein is
een uiterst
prettig hotel met een chef de cuisine om je vingers bij af te
likken.
We hadden een week-arrangement met half pension ad € 536 voor
ons twee.
De dagvergunningen kosten € 18 en een weekvergunning € 108. Wij
hadden
een weekvergunning en daar hebben we wel een beetje spijt van
gekregen, maar daarover later. Wij kwamen aan op maandagmiddag
en begonnen
direct na installatie de Wenne te verkennen. Het is een
riviertje met zeer veel
afwisseling, trage stukken, stroomversnellingen, diepe putten en
vooral erg
veel begroeiing en een verbazingwekkende hoeveelheid
brandnetels.
Brandnetels en ik hebben een haat-liefdeverhouding, waarbij de
liefde vooral van
de netel komt. Hoe ik mij ook kronkel, hoe goed ik mijn broze
lichaam ook
opsluit in beschermende kleding, altijd is er wel weer zo'n
etterbak die mij brandt.
Ik ga dan koortsachtig op zoek naar hondsdraf, dat vaak in de
buurt van
brandnetels te vinden is. De blaadjes van die plant moet je
kneuzen en met
het vrijkomende sap de brandplek bewrijven en dan is de brand
vrij snel
geblust. Maar als de hond weggedraafd is, en derhalve niet te
vinden, dan heeft
dat uitwerking op mijn humeur.
De volgende ochtend vroeg opgestaan om de koorts in het bloed te
verminderen.
Vol verwachting klopte het hart, maar na ander- half uur waren
temperatuur en
hartslag weer volkomen normaal. Niets. Na het ontbijt dachten
Nel en ik dat het
een goed idee zou zijn om de rivier al langzaam wadend en
vissend te verkennen.
Opgetuigd stonden we bij de eerste brug (500 meter van het
hotel, dus met de
auto) en probeerden het water in te komen. Dat viel niet mee.
Torenhoge
begroeiing en ondoorwaadbare struiken. Toen ik eindelijk een
gaatje had
gevonden bleek de bodem van de rivier zich op een voor mij
onbereikbare
diepte te bevinden. Na wat mistroostige rolworpjes gaf ik het
op.
Nel zat toen al een sigaretje te roken.
Terug in de auto en naar de parkeerplaats bij de volgende brug.
Daar liepen wij
langs de Wenne aan de rechterzijde stroomafwaarts, tot we een
plek bereikten waar
we zowaar het water in konden. Onder de linkeroever had de
stroom de
snelheid van een TGV, maar daarvoor was het wat kalmer. Nel
stroomafwaarts,
ik naar boven en zowaar, onder een boom, een forel. Toegegeven,
hij was maar
14.546789301cm lang, maar toch.
Dat was de vangst van die ochtend en ook nog van de namiddag.
Van alles geprobeerd: nimfjes, nimfen, goudkoppen,
koperdraadfazantenstaarten,
stijgnimfen, sedges in alle maten en kleuren, red tags,
eendenkonten van 12 tot 18
etc.etc. Niets hielp. De Wenne hield haar rijke(?) visstand voor
ons verborgen.
's Avonds heerlijk gegeten en gedronken (wat loopt dat snel op)
en vervolgens
naar de rozen.
Woensdagochtend na het ontbijt, direct achter het hotel
begonnen.
Veelbelovende stroomversnellingen afgepeuterd. Niets. Tegen
elven stond ik
op een open stuk na de versnellingen toen ik gefluit hoorde.
Daar stond mijn
Dortmundse vriend Hermann te wuiven onder een grote paraplu,
want het was
inmiddels gaan miezeren. Gelijk op dat moment vond een
regenboogforel mijn
red tag aantrekkelijk en in zeer korte tijd had ik er vijf. Nel
stond het op 10 meter
afstand verbeten aan te zien, maar, zo later bleek, er was haar
die vakantie niet
veel visgeluk beschoren.
Hermann, die ons de Wenne had aanbevolen, glansde van trots en
geluk en
ging in het dorp kaartjes verkopen om het wonder te kunnen
aanschouwen.
De regen, die inmiddels moesson-achtige vormen had aangenomen,
hield echter de meeste Wenholthausenaren binnen. We gingen uit
armoede maar
terug naar het hotel en toen kwam de zondvloed over ons. Twintig
uur heeft het
gehoosd, en toen we de volgende dag aan ons watertje kwamen,
stroomde er
een immense hoeveelheid erwtensoep met hoge snelheid door ons
dalletje.
Het peil van de rivier was zeer gestegen en de enige kans op vis
was met een
kruisnet. Gelukkig was het droog en konden we wandelen. Dat is
vermoeiend,
maar wel een feest. Prachtige omgeving, te belopen vanuit het
hotel.
Een uurtje of twee, drie. Redelijke hoogteverschillen, wat
gepuf, maar ook veel
voldoening.
De volgende dag was de erwtensoep lichtgebonden bruinebonensoep
geworden
en waren er zowaar drie centimeter onder het oppervlak de
contouren van enkele
stenen te aanschouwen, maar vissen ho maar. Natuurlijk
geprobeerd, maar snel aan
de wandel.
Vrijdag waren er in ons hotel twee Duitse vissers aangekomen,
die volhardend op
"onze" stek stonden te zwiepen, maar zonder enig succes. Het
water was
og steeds ondoorzichtig. Wandelen.
Zaterdag, na twee dagen droogte, was het peil zodanig gezakt,
dat de helderheid
terug was. Onze Duitse kompanen stonden weer op "onze" stek en
vingen
gelukkig niets. Nadat zij een twintigtal meters waren
opgeschoven, bezetten wij
vliegensvlug de begeerde plaats en, oh wonder, binnen een paar
minuten en
onder de ogen van onze geliefde oosterburen, ving ik er weer een
aantal, met de gevierde parachuteworp. Nel stond onbeschaamd te
juichen, maar
de medevissers deden of hun neus bloedde.Kinderachtig eigenlijk
dat je dat
heimelijk leuk vindt. Ik zeg "je", want IK heb daar geen last
van.
's Avonds regende het weer en de andere dag was het dus weer
mis, al was het
niet zo erg als de dagen ervoor.
Er kwam nog een lid van de vereniging langs (je kent elkaar maar
weet geen
naam, dat is eigenlijk wel vervelend, maar ja, we zijn ook nog
niet zo erg lang
lid) en hoe het hem is vergaan moet u zelf maar vragen.
De balans was uiteindelijk dat het voor mij nog redelijk was
geweest, maar voor
Nel een ramp. Die is daar echter heel gelijkmoedig onder, vooral
al omdat ik zo
bescheiden blijf.
Het hotel was zo vriendelijk om één dagvergunning p.p te
vergoeden, een
aardige geste, want de plaatselijke visvereniging was daartoe
niet bereid.
Bij het vertrek de belofte uitgesproken zeker terug te keren;
misschien niet om te
vissen, maar toch wel om te genieten van de geneugten van het
hotel.
Toen we in Dortmund waren, heeft Hermann ons nog meegenomen naar
de
Lenne, en dat bleek een redelijk visvriendelijke, vrij brede
rivier te zijn, waar ik een
aantal kleine forellen en een behoorlijke vlagzalm (ca 35 cm)
heb gevangen en waar
Nel, gelukkig, ook nog een forel ving. De dagvergunning kostte €
10.
Al met al een fijne tien dagen. Redelijk veel gedaan, heerlijk
gegeten - ook in
Dortmund, waar Monika haar voorliefde voor de Italiaanse keuken,
tot ons grote
genoegen, uitbundig toonde en waar we een redelijke deuk hebben
geslagen in
Hermanns wijnvoorraad- - en in tweeëneenhalf uur waren we weer
thuis.
Japanel
Venster sluiten |