Haft of
eendagsvlieg. Engels. Mayfly
Orde Ephemeroptera (ephemeros
= een dag levend)
Na de behandeling over de zwemmende en de
gravende vorm volgt nu de behandeling van de
derde
vorm in deze serie en wel de kruipende vorm.
|
3 De kruipende vorm
Families van de
kruipende vorm zijn o.a.: Ephemmerellidae, Caenidae en ook de
familie
Leptphlebiidae
kan hierbij nog genoemd worden, hoewel dit ook behoorlijke
zwemmers zijn.
Zoals de naam al aangeeft kruipen deze families het liefst
tussen de watervegetatie en stenen.
De nimfen zijn vrij hoekig van vorm en proberen sterke stroming
te vermijden om het
wegspoelen te voorkomen.
De eerste 2 families zijn geen sterke zwemmers en komen
voornamelijk voor in langzaam
stromend water en stilstaand water. |
|
|
De
Ephemmerellidae is een van de bekendste families, nu hoor ik
een ieder alweer
ernstig zuchten van ja, dat zal wel, maar als
ik nu even vertel dat een van de soorten door
het leven gaat als
de Blue Winged Olive (Ephemmerella Ignita) ,zijnde de
B.W.O, dan geeft
dat direct weer een teken van herkenning. Er
zijn dan ook diverse bindpatronen
beschreven in de diverse
bindboeken en tijdschriften.

De familie Ephemmerellidae gaat ook wel door het leven als de moskruipers.
Zij komen
voornamelijk voor op begroeide stenen, tussen de
vegetatie en andere obstakels in
de rivierbedding. De soort B.W.O komt eigenlijk op vele plaatsen voor en is vrij
algemeen,
zij kunnen zowel in de wat grotere rivieren voorkomen als in
meren. |
|
|
Het is tevens een
van de makkelijkste soorten om te herkennen. Zoals jullie op
deze
foto kunnen zien hebben de nimfen een vrij lange body die
voorzien zijn van kleine
haakjes waarmee de nimfen zich goed
kunnen vastzetten in de vegetatie. De lengte
varieert tussen de
6,5 mm en 9 mm. Zij hebben gespikkelde pootjes en staartdraden.
Het emergen (uitsluipen) vindt plaats van juni tot midden
november in de late avond.

Adult ♀ met cluster eitjes
|
|
|
Na het emergen
vindt zoals bij alle eendagsvliegen nog een vervelling plaats.
Zij vervellen van het
dun stadium naar het spinnerstadium om snel deel te nemen
aan de
paringsdans. De volwassen
exemplaren hebben 3 staartdraden en grote
achtervleugels. Zeer
uniek is het feit dat het vrouwtje
van de B.W.O de eitjes verzamelt
als een grote cluster en deze
vervolgens als een soort
bommenwerper vlak boven het
water laat vallen. Deze cluster valt
uiteen en de eitjes dwarrelen naar
de bodem waar
zij zich kunnen hechten aan planten en stenen.
|
|
Een andere soort
om nog even te noemen van deze familie is de Yellow Evening Dun
(Ephemerella notata). Ook weer een zogenaamde moskruiper
maar leeft wat meer op de
bodem
van de rivier. Deze soort lijkt enigszins in het volwassen
stadium qua kleur
groen/geel op de
Yellow May Dun maar heeft in tegenstelling tot de Yellow Evening
Dun
2 staartdraden die ook nog
eens 2x zo lang zijn. Het emergen van de Yellow Evening
Dun vind
plaats in Mei en Juni in de late avond. |
|
De Caënidae
familie is nog zo’n bekende groep van de kruipers, deze
familie wordt
ook wel de slibkruipers genoemd. Er zijn binnen
deze familie ongeveer 6 soorten te
noemen waarvan de Caënis
Robusta en Caënis horaria wel de bekendste zijn.
Het lichaam van
de nimf is sterk gedrongen en hoekig en leven voornamelijk op de
bodem van rivieren, sloten, plassen, vijvers en meren. Er liggen
2 paar
“grote”flappen als kieuwen over het lichaam.

Sommige soorten
hebben een uitgesproken voorkeur voor een bepaalde habitat
(leefomgeving) zo komt een soort bijvoorbeeld alleen voor in
rivieren met
steenachtige bodem en een andere soort in vijvers
met slikachtige bodem.Zeer
algemeen en wijdverspreid. Op de
laatste verenigingsavond in mei tijdens mijn
presentatie over de
basisinsecten in de polder kon je deze familie zowel binnen als
buiten tegenkomen. |
|
|
Het emergen vindt
zeer massaal plaats in de hele vroege ochtend en in de late
avond en
kan
diverse uren aanhouden. Op plassen meren en andere niet
stromende wateren kunnen
bij windstil en
warme dagen duizenden tegelijk uitsluipen (denk hierbij nog eens
aan de
presentatieavond).
Je kan wel eens
zeggen het lijkt wel of het sneeuwt zoveel sluipen er dan ook
uit dat je bijna
niet meer kan vissen. Zeker als de forellen en vlagzalm zich
massaal op dit eendagsvliegje
storten.
Deze groep wordt door de Engelse vliegvissers niet voor niets de
“White Curse or Anglers Curse”
genoemd.Je moet het maar eens proberen een vliegje
te plaatsen
op haakmaat 22-26 tussen de
overige duizenden eendagsvliegjes.
Een kwestie van geluk zullen
wij dan maar zeggen.
Ook heeft deze
familie een 3-tal staartdraden maar geen achtervleugels. |
|
De
Leptphlebiidae familie valt eigenlijk een beetje tussen de
kruipers en zwemmers in.
Deze familie wordt ook wel trage zwemmers genoemd. Zij komen
voor in de langzame
stromen en
rustige delen van meren. Het belangrijkste verschil is wel de
lange draadvormige
kieuwen
aan de zijde van de abdomen (achterlichaam). De nimf is verder
cilindrisch, vrij
lang tot 11 mm
en donker met wijd uitstaande staardraden die net zo lang of
langer zijn
dan het lichaam. Zij kunnen voorkomen in stromend water en in
meren, plassen en vijvers.
|
|
De soort Sepia
Dun (Leptophlebia Marginata) is een van de eerste die je
in het voorjaar zou
kunnen aantreffen. Het uitsluipen begint al vroeg in het
voorjaar vanaf begin april tot het einde
van mei.
Zij kruipen via stengels van waterplanten of de oever uit het
water om te emergen
meestal midden
op de dag. Zelden sluipen zij massaal uit.
Het verhaal is
iets langer geworden dan in eerste instantie verwacht vandaar
dat ik de
overige soorten
van deze familie niet verder zal behandelen en de groep
steenklevers, een zeer geliefde groep voor mij,
de volgende keer zal bespreken.
Bas de Bruin, 14 juni ’05 |